Sign. - Ontvankelijkheid ontvanger


De eerste vraag die beantwoord dient te worden, is of de ontvanger toestemming, als bedoeld in art. 73.4.6 van de leidraad Invordering 2008, heeft van het ministerie van financiën. Hiertoe heeft de ontvanger overgelegd een brief van 14 mei 2012 van het ministerie van financiën waarin de eerdere verleende toestemming om over te gaan tot het aanvragen van het faillissement van geïntimeerde wordt bevestigd. Daarbij is bepaald dat de toestemming geldig is tot 14 november 2012. In de onderhavige zaak is de toestemming van het ministerie van financiën gegeven voor het aanvragen van het faillissement. Nu de ontvanger op 8 november 2012 het inleidend verzoekschrift heeft ingediend, heeft de ontvanger de daarvoor door het ministerie in dit geval voorgeschreven termijn tot 14 november 2012 gevolgd. De ontvanger is derhalve op dit punt ontvankelijk in het verzoek. Hieraan doet niet af dat de ontvanger een eerdere faillissementsaanvraag heeft ingetrokken na overleg met geïntimeerde en dat sindsdien geen 'nieuwe' toestemming is gevraagd. Evenmin doet ter zake of de ontvanger op zoek is gegaan naar nieuwe steunvorderingen en daarvoor crediteuren van geïntimeerde heeft benaderd. De leidraad schrijft immers voor dat er toestemming moet zijn; voor de interpretatie van geïntimeerde dat voor elke faillissementsaanvraag een 'eigen' toestemmingsverklaring moet zijn van het ministerie van financiën op grond van de goede procesorde en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en dat dit afhangt van het aanzoeken van nieuwe steunvorderingen, is geen grond. art. 73.4.8 van de leidraad ziet slechts op de situatie waarin de ontvanger een derde benadert om een faillissement van een schuldenaar aan te vragen en daarbij helpt door het…

Verder lezen
Terug naar overzicht