Sign. - Ontzetting uit ouderlijk gezag na onvoldoende onderzoek


M en V zijn van Turkse oorsprong, wonen in Duisburg, Duitsland, en hebben twee kinderen. De school van de kinderen reageert, naar aanleiding van verschillende berichten over mishandeling, niet onmiddellijk, omdat de ouders beleefd en sociaal zijn. De kinderen worden wel nader geobserveerd, waaruit blijkt dat de ouders via hun mobiele telefoon hun kinderen in de gaten houden. Zo heeft M zijn dochter uit de biologieles opgehaald toen seksuele voorlichting werd gegeven en heeft hij haar ziek gemeld in plaats van mee te laten gaan op schoolreis. Als de dochter wordt betrapt op het vervalsen van haar schoolresultaten, verklaart zij dat haar broer draconisch gestraft wordt als zijn schoolresultaten niet naar wens van M zijn. In 2008 wordt een verzoek tot ontzetting uit het ouderlijk gezag ten aanzien van M en V ingediend. De Duitse rechtbank oordeelt daarop, onder meer naar aanleiding van de verklaringen van de kinderen, dat de ouders zich schuldig hebben gemaakt aan mishandeling. Volgens de rechtbank was nader onderzoek niet noodzakelijk, omdat de verklaringen van de kinderen de waarheid weergaven. In hoger beroep stellen M en V tevergeefs dat de rechtbank zijn beslissing heeft gebaseerd op onjuiste gegevens. Volgens het hof is er geen aanleiding te veronderstellen dat de kinderen hebben gelogen. De ouders beginnen vervolgens een procedure waarin zij een omgangsregeling met de kinderen verzoeken. Gedurende deze procedure erkennen de kinderen dat zij alles verzonnen hebben. In 2009 worden de kinderen weer aan de zorg van de ouders toevertrouwd.
De ouders dienen een klacht in bij het EHRM. Zij stellen dat de ontzetting uit het ouderlijk gezag in strijd was met artikel 8 EVRM. …

Verder lezen
Terug naar overzicht