Sign. - Onverkorte toepassing huwelijkse voorwaarden onaanvaardbaar


M en V zijn op huwelijkse voorwaarden (koude uitsluiting en finaal verrekenbeding) met elkaar gehuwd.
Volgens V is onverkorte toepassing van de huwelijkse voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar (artikel 6:248 lid 2 jo. 6:216 BW), aangezien M tijdens het huwelijk zakelijke schulden is aangegaan waarvan zij geen weet had.
De rechtbank overweegt als volgt. Partijen hebben beiden verklaard dat zij hun huwelijkse voorwaarden zijn aangegaan met als doel om het zakelijke risico (van schuldeisers) weg te houden uit de privésfeer. V heeft ter zitting verklaard – en door M is niet weersproken – dat partijen, voor zover zij voorheen schulden aangingen, dat altijd voorafgaand aan het aangaan daarvan met elkaar afstemden.
Weliswaar heeft M de stelling van V inhoudende dat zij geen wetenschap had van de schulden die M is aangegaan ten behoeve van zijn bedrijfsvoering weersproken door erop te wijzen dat V tijdens haar werkzaamheden voor de onderneming de post openmaakte (en daarmee wetenschap zou hebben van de financiële situatie van de onderneming), maar de rechtbank volgt M niet in deze stelling. Immers, er was sprake van een vennootschapsrechtelijke constructie en gesteld noch gebleken is dat V financiële en/of boekhoudkundige werkzaamheden ter zake deze vennootschappen dan wel in de onderneming van M verrichtte.
Voorts heeft M in een brief aan de familie erkend dat hij gelden heeft geleend bij familieleden en dat hij dit voor V verzwegen heeft. Dit terwijl hij, zo schrijft hij ook in die brief, met haar de afspraak had gemaakt altijd eerlijk te zijn, welke belofte hij in 2007 heeft geschonden. Dat M ter terechtzitting verklaart deze…

Terug naar overzicht