Sign. - Onzakelijke lening


Belanghebbende heeft een vordering op franse deelnemingen overgenomen van haar moedermaatschappij. Voor de vorderingen hadden de debiteurs geen zekerheden verstrekt en was geen aflossingsschema of einddatum overeengekomen. Evenmin betaalden de deelnemingen rente. De lening was op verzoek van de crediteur onmiddellijk opeisbaar. Belanghebbende heeft de vordering afgewaardeerd wegens verslechtering van de financiële positie van een van de deelnemingen. De inspecteur heeft de afwaarderingen niet geaccepteerd en de rente gecorrigeerd. De Hoge raad verwijst naar zijn eerdere rechtspraak over de onzakelijke lening (BNB 2012/37) en gaat in op de vaststelling van een zakelijke rente over een onvolwaardige vordering. De met inachtneming van de eerder door de Hoge raad geformuleerde regels berekende rente op de onzakelijke rente, behoeft echter niet tot de winst gerekend te worden indien en voor zover op het moment dat de rente fiscaal in aanmerking genomen moet worden duidelijk is dat de rentevordering een lagere waarde dan nominaal heeft.
(HR 15 maart 2013, nr. 11/02248, LJN BW6552, V-N 2013/14.13)

 

Verder lezen
Terug naar overzicht