Sign. - Op huwelijksvermogensrecht toepasselijke wet bepaalt of gift/nalatenschap in gemeenschap valt


M en V zijn in 1986 in gemeenschap van goederen gehuwd. Hun huwelijk is in 2011 door echtscheiding ontbonden. In 2012 heeft de rechtbank de wijze van verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap vastgesteld. Hiertegen is V in hoger beroep gekomen.
Volgens V komt de op haar naam staande bankrekening bij de Volksbank te Duitsland niet voor verdeling in aanmerking, aangezien het saldo daarvan is gevormd door hetgeen haar moeder haar naar Duits recht heeft nagelaten. Omdat een erfenis naar Duits recht geen deel uitmaakt van een huwelijksgemeenschap, komt het saldo van de rekening alleen haar toe, aldus V.
Het hof overweegt als volgt. Partijen zijn naar Nederlands recht in gemeenschap van goederen gehuwd. Volgens vaste rechtspraak bepaalt de op het huwelijksvermogensrecht toepasselijke wet of een verkrijging uit gift of nalatenschap al dan niet in de gemeenschap valt. De moeder van V is op 9 september 2007 overleden, derhalve ruim vier jaar vóór de echtscheiding. Niet gebleken is dat zij bij testament uitdrukkelijk heeft bepaald dat hetgeen door V na haar overlijden zou worden verkregen buiten de gemeenschap waarin V was gehuwd viel (artikel 1:94 lid 1 BW). De conclusie is dan ook dat het saldo op voornoemde rekening in de gemeenschap van goederen is gevallen en tussen M en V gedeeld dient te worden. De door V gestelde bedoeling van de moeder, zo al juist, doet daar niet aan af. Evenmin is er aanleiding om op grond van de redelijkheid en billijkheid af te wijken van de bestendige jurisprudentie.
Het hof bekrachtigt de beschikkingen van de rechtbank.

(Gerechtshof Amsterdam 13 augustus 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:…

Verder lezen
Terug naar overzicht