Sign. - Opgelegde bestuurlijke boete te hoog


De AFM heeft het bezwaar tegen het besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete aan eiseres van € 62.500 wegens overtreding van art. 4:19 lid 2 Wft ongegrond verklaard. De boete die is vastgesteld op € 62.500 moet blijkens de tussenuitspraak van deze rechtbank van 17 januari 2013 («JOR» 2013/74) als onevenredig hoog worden aangemerkt omdat daarmee onvoldoende rekening is gehouden met de beperkte ernst van de gedraging. Daar staat tegenover dat de rechtbank het oordeel van de AFM onderschrijft dat eiseres van de overtreding een aanzienlijk verwijt valt te maken nu haar naamsvoorganger eerder door de AFM was gewaarschuwd ter zake van een soortgelijke overtreding. De rechtbank ziet aanleiding voor een neerwaartse afstemming van de boete die verder beloopt dan 10% van het in aanmerking te nemen basisbedrag van € 500.000. Zij overweegt in dit verband dat uit de stukken volgt dat eiseres eind 2012 heeft besloten tot liquidatie over te gaan op grond van negatieve bedrijfsresultaten. Nu de rechtbank het aannemelijk acht dat, hoewel de verre van rooskleurige financiële situatie van eiseres in 2011 verder is verslechterd in 2012 maar niet zodanig is dat eiseres niet in staat zal zijn een boete van € 10.000 te kunnen voldoen, acht de rechtbank een boete van € 10.000 evenredig. Essentiële informatie
(Vrzngr. Rb. Rotterdam 20 juni 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:4658, «JOR» 2013/247)

 

 

Verder lezen
Terug naar overzicht