Sign. - Opiumwet en preventieve herstelsanctie (ABRvS 12 april 2017, zaaknummer 201604250/1/A3)


Wederpartij is een groothandel die het bedrijfspand gebruikt voor de import en export van tropische producten. Op 7 september 2015 hebben Belgische autoriteiten in de haven van Antwerpen 40,7 kilogram cocaïne in beslag genomen. Deze cocaïne is aangetroffen in dozen met groenten die geadresseerd waren aan wederpartij. Na overleg met de Nederlandse autoriteiten is de container met daarin de van cocaïne ontdane dozen gecontroleerd doorgelaten en afgeleverd op het ABC terrein in Poeldijk. Enig aandeelhouder van wederpartij, aandeelhouder, heeft in Poeldijk de dozen opgehaald en deze naar het bedrijfspand gereden. Op 10 september 2015, op het moment van uitladen van de dozen, is hij aangehouden. Bij het besluit van 5 februari 2016 heeft de burgemeester zijn besluit van 5 oktober 2015 tot sluiting van het bedrijfspand voor de duur van 12 maanden gehandhaafd. Hij heeft hieraan de vondst van 40,7 kilogram cocaïne in de haven van Antwerpen ten grondslag gelegd. Zonder ingrijpen van de politie zou de cocaïne het bedrijfspand daadwerkelijk hebben bereikt. Voorts zijn de hoeveelheid drugs en de persoonlijke betrokkenheid van aandeelhouder bij het vervoeren van de drugs volgens de burgemeester verzwarende omstandigheden. Daarom heeft hij, in plaats van een standaard sluiting van 6 maanden, een sluiting van 12 maanden opgelegd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester niet bevoegd was op grond van artikel 13b lid 1 Opiumwet een last onder bestuursdwang op te leggen. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat de tekst van dat artikel niet zodanig opgerekt kan worden dat een niet plaatsgevonden levering van drugs ook een sluiting van een pand rechtvaardigt, indien er geen andere meldingen of observaties zijn die duiden op handel vanuit het…

Verder lezen
Terug naar overzicht