Sign. - Oprichtersaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid


Bij de beoordeling van de vraag of Spronk Beheer heeft voldaan aan de wettelijke verplichting tot volstorting van aandelen in Bakkerij Alblasserwaard (art. 2:191 lid 1 BW) geldt als uitgangspunt dat niet rechtsgeldig op aandelen is gestort indien de in te brengen activa niet daadwerkelijk aan de vennootschap ter beschikking zijn gesteld. De vennootschap zal dus reëel moeten kunnen beschikken over de activa. De curator is voorshands geslaagd in het bewijs van zijn stelling dat Spronk Beheer niet aan de stortingsplicht heeft voldaan. Spronk Beheer was geen eigenaar van de activa en die activa zijn bovendien reeds vóór de oprichting van Spronk Beheer door G. Spronk en zn. verkocht en geleverd. Zij kunnen dus niet daadwerkelijk zijn ingebracht. Nu de curator is geslaagd in het op hem rustende bewijs, is de vordering jegens Spronk Beheer toewijsbaar. Voor aansprakelijkheid op de voet van art. 2:9 BW is vereist dat aan de bestuurder, Spronk Beheer, een ernstig verwijt kan worden gemaakt. in strijd met hetgeen is vermeld in de inbrengbeschrijving, de accountantsverklaring en de akte van oprichting, heeft de oprichter de activa niet werkelijk ter storting op de aandelen ingebracht. Op grond daarvan is Spronk Beheer als oprichter/aandeelhouder op grond van art. 2:191 BW aansprakelijk. indien Spronk wist van de onmogelijkheid van de combinatie inbreng en verkoop en deze wetenschap aan Spronk Beheer kan worden toegerekend, volgt daaruit nog niet dat Spronk Beheer daarvan als bestuurder een zodanig ernstig verwijt kan worden gemaakt dat zij tevens op de voet van art. 2:9 BW aansprakelijk kan worden geacht voor de volstorting van de aandelen. (…

Verder lezen
Terug naar overzicht