Sign. - Opvolgend werkgeverschap?


Hoewel in art. 7:668a lid 1 BW is opgenomen dat het gaat om opvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, wordt aangenomen dat het artikel ook ziet op een situatie waarin een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd door faillissement van de werkgever is geëindigd, een onderdeel van de failliete boedel door een derde is overgenomen en daarna sprake is van een of meer arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (Hof 'sGravenhage 16 maart 2010, «JOR» 2010/214). Wanneer zowel de (hoofd)werkzaamheden van het bedrijf als de naam en locatie hetzelfde zijn gebleven en bijna de helft van het voormalige personeel is overgegaan naar het nieuwe bedrijf, moet het ervoor worden gehouden dat sprake is van een opvolgend werkgever. Dat wellicht intern andere werkwijzen worden gehanteerd, doet daar niet aan af. Aan de orde is vervolgens de vraag of gedaagde eiser in dienst heeft genomen voor het verrichten van (nagenoeg) dezelfde werkzaamheden als die welke hij voor het oude bedrijf verrichtte. De overgelegde getuigenverklaringen leiden tot de conclusie dat sprake is van relevante verschillen tussen de werkzaamheden van eiser bij de oude werkgever en die bij gedaagde. Eiser heeft niet betwist dat de toepasselijke cao en andere arbeidsvoorwaarden, waaronder het salaris, eveneens verschillend zijn. Hieruit volgt dat de arbeidsovereenkomst bij gedaagde niet gezien kan worden als een opvolgende arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:668a BW. Loesberg uit kritiek op een aantal overwegingen van de rechtbank, zowel wat betreft de vraag of sprake is van opvolgend werkgeverschap als de vraag of sprake is van dezelfde werkzaamheden.
(Rb. Zutphen, sector kanton, 24 oktober 2012, LJN BY3283…

Verder lezen
Terug naar overzicht