Sign. - Opzegging arbeidsovereenkomst


De curator heeft een grote beleidsvrijheid bij het maken van keuzes ten aanzien van het beheer en de vereffening van de boedel. Die beleidsvrijheid is echter niet onbegrensd. De keuze die een curator maakt voor een bepaald alternatief mag niet onrechtmatig zijn en de curator zal bij zijn beleidsafweging rekening moeten houden met belangen van maatschappelijke aard, zoals de continuïteit van de onderneming en de werkgelegenheid voor de werknemers die in het bedrijf van de gefailleerde werkzaam waren (zie HR 24 februari 1995, NJ 1996, 472). te beoordelen staat of wat aan het beroep ten grondslag is gelegd, tot het oordeel kan leiden dat de rechtercommissaris de verzochte machtiging niet had mogen verlenen, omdat de curator gelet op alternatieve oplossingen niet had mogen kiezen voor het opzeggen van het dienstverband van de werknemers. Verzoekers voeren in dit verband aan dat die alternatieve oplossing bestaat uit verdere procedures ter zake van bestuurdersaansprakelijkheid en faillissementsfraude. De curator voert daartegen gemotiveerd aan dat het voorzetten van de onderneming van failliet niet mogelijk was en het belang van de crediteuren zich ertegen verzette dat boedelschulden zouden ontstaan door de loonvorderingen van de werknemers. Zonder nadere toelichting, die verzoekers niet hebben gegeven, kan niet worden ingezien waarom de curator bij zijn keuze om de dienstverbanden van de werknemers op te zeggen onrechtmatig heeft gehandeld of overigens niet binnen de grenzen van zijn hiervoor bedoelde beleidsvrijheid is gebleven.

 

(Rb. Noord-Nederland zp Assen 4 april 2013, LJN BZ7262, «JOR» 2013/222, m.nt. mr. E. Loesberg)

 

 

 

Verder lezen
Terug naar overzicht