Sign. - OR gaat niet mee met concessie: geen recht op vergoeding juridische kosten II (art. 22 WOR)


Deze uitspraak betreft het hoger beroep inzake het vonnis van de Rechtbank Leeuwarden in de zaak aangespannen door een advocatenkantoor tegen Arriva (zie voor de inhoud en de uitkomst van deze zaak TAP Signaleringen, TAP 2009, 2, p. 89). In deze zaak speelde het volgende. Na de concessieovergang van BBA naar Arriva is een geschil ontstaan over de status van de OR van BBA. In het door de OR van BBA geïnitieerde kort geding is geoordeeld dat de OR van BBA door de concessieovergang niet mee is overgegaan naar Arriva. Ook de bedrijfscommissie is om een oordeel verzocht. In deze procedures is de OR van BBA bijgestaan door een advocatenkantoor. Arriva weigert de rekening van dit advocatenkantoor te betalen, waarna het advocatenkantoor betaling vordert bij de Rechtbank Leeuwarden. De rechtbank heeft geoordeeld dat Arriva voor deze OR niet geldt als de ondernemer in de zin van de WOR. Omdat de OR is opgehouden te bestaan en niet mee over is gegaan naar Arriva kunnen de door deze OR gemaakte rechtsbijstandskosten op grond van (art. 22 van) de WOR niet ten laste van de Arriva komen. Ook het goed werkgeverschap biedt hiervoor geen basis, omdat art. 7:611 BW slechts ziet op de verhouding tussen werkgever en werknemer en niet op de verhouding tussen ondernemer en OR. In hoger beroep bekrachtigt het Hof Leeuwarden dit vonnis en veroordeelt het advocatenkantoor in de proceskosten. (Hof Leeuwarden 25 augustus 2009, «JAR» 2009/234, lsquoArrivarsquo)

(Hof Leeuwarden 25 augustus 2009, «JAR» 2009/234, ‘Arriva’)

Verder lezen
Terug naar overzicht