Sign. - OR gaat niet mee over met concessie: geen recht op vergoeding juridische kosten (art. 22 WOR)


Per 1 januari 2007 heeft Arriva concessies van onder meer BBA verkregen. Binnen Arriva bestaat (al) de ondernemingsraad-OV voor alle werknemers. Na de concessieovergang ontstaat een geschil over de status van de OR van BBA. In het door de OR van BBA geïnitieerde kort geding is geoordeeld dat de OR door de concessieovergang niet mee overgegaan is naar Arriva. Ook is de bedrijfscommissie om een oordeel verzocht. De OR is in beide procedures bijgestaan door een advocatenkantoor. Arriva weigert de rekening van het advocatenkantoor te betalen, waarna het advocatenkantoor betaling vordert bij de Rb. Leeuwarden. De rechtbank overweegt dat hoewel Arriva vooraf in kennis is gesteld van de rechtsbijstandkosten (art. 22 lid 2 WOR), het de vraag is of Arriva voor deze OR als ondernemer in de zin van de WOR geldt. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat uitgangspunt is dat de OR en de ondernemer een ongedeelde eenheid vormen, waarbij geldt dat bij overgang van een deel van een onderneming die na een overgang niet als eenheid blijft bestaan (zoals bij een concessieovergang), de OR van de verkrijger alle werknemers (inclusief de overgegane werknemers) vertegenwoordigt. Ongewenst is dat de ondernemer na een overname naast zijn eigen OR geconfronteerd wordt met een apart medezeggenschapsorgaan dat er is bijgekomen.
Omdat de OR is opgehouden te bestaan en niet mee is overgegaan naar Arriva kunnen de door deze OR gemaakte rechtsbijstandkosten op grond van de WOR niet ten laste van Arriva komen. Evenmin biedt het goed werkgeverschap hiervoor een basis, omdat art. 7:611 BW slechts ziet de verhouding tussen werkgever en werknemer en niet op de verhouding tussen…

Verder lezen
Terug naar overzicht