Sign. - Overkreditering


Vraag is of DSB ter zake van het aangaan van de kredietovereenkomsten met gedaagden een zorgplicht heeft geschonden. Het probleem van overkreditering speelt niet zozeer vanaf de totstandkoming van de kredietovereenkomst, maar vanaf het moment dat de aflossingsvrije periode is verstreken en cliënten de schuld moeten aflossen. DSB heeft volgens gedaagden haar zorgplicht geschonden door ten tijde van de totstandkoming van de kredietovereenkomsten een ontoereikende voorziening te adviseren voor de aflossing van de lening op termijn. gelet op de nauwe verwevenheid tussen het verstrekte krediet, de financiële positie van gedaagden en de (opbrengst van de) spaarkredietverzekering op DSB, rustte op DSB als deskundig te achten professionele financiële dienstverlener en aanbieder van al deze producten, ten tijde van het aangaan van deze overeenkomsten een bijzondere verplichting om haar particuliere wederpartijen te beschermen tegen de gevaren van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht. DSB had onder deze omstandigheden (i) gedaagden voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomsten uitdrukkelijk en in niet mis te verstane woorden moeten waarschuwen voor het risico dat het in de spaarkredietovereenkomst opgebouwde vermogen mogelijk ontoereikend zou blijken voor de terugbetaling van het door DSB aan hen verstrekte krediet en (ii) moeten onderzoeken of gedaagden in staat waren om een tegenvallend beleggingsresultaat op te vangen. DSB heeft dat niet gedaan. DSB is zowel in haar waarschuwingsplicht als in haar onderzoeksplicht  tekortgeschoten en is aansprakelijk voor de schade van gedaagden die is veroorzaakt door deze tekortkomingen.
(Rb. 's-Gravenhage 11 januari 2012, «JOR» 2012/181, m.nt. mr. J.P.W.M. van der Velden)

Verder lezen
Terug naar overzicht