Sign. - Overtreding Pensioenwet


Voor het antwoord op de vraag of het pensioenfonds een beleggingsbeleid voert dat in overeenstemming is met de prudentperson regel, is maatgevend of de activa op zodanige wijze worden belegd dat de veiligheid, de kwaliteit, de liquiditeit en het rendement van de portefeuille als geheel zijn gewaarborgd en of de beleggingen naar behoren worden gediversifieerd zodat een bovenmatige afhankelijkheid van of vertrouwen in bepaalde waarden, of een bepaalde emittent van waarden of groep van ondernemingen en risicoaccumulatie in de portefeuille als geheel worden vermeden. Deze maatstaf, die volgt uit art. 13 van het Besluit fTK en die een juiste omzetting vormt van art. 18 lid 1 Richtlijn 2003/41/ Eg, brengt met zich dat ook de concrete onderdelen van de portefeuille moeten worden beoordeeld. Die onderdelen bepalen samen het totale resultaat van de beleggingsportefeuille. Voor het stellen van een prejudiciële vraag ziet de rechtbank geen aanleiding. DNB heeft vastgesteld dat de balans van PME zich kenmerkt door een groot aantal complexe beleggingen met een hoge risicoblootstelling. gelet op een en ander staat vast dat PME art. 135 van de Pensioenwet niet heeft nageleefd. PME beschikte niet over een afdoende procedure en over voldoende deskundigheid om de werkzaamheden van haar fiduciair vermogensbeheerder Mn Services NV te kunnen beoordelen en zij kon de risico's van haar beleggingsportefeuille niet goed bepalen. Daarmee is PME tekortgeschoten in de naleving van de art. 143 en 34 Pw. Ook heeft PME niet voldaan aan art. 132 Pw. PME heeft diverse voorschriften van de Pensioenwet overtreden, zodat DNB in beginsel de bevoegdheid toekwam toepassing te geven aan art. 171 lid 1 Pw. (Rb. Rotterdam…

Verder lezen
Terug naar overzicht