Sign. - Pandhouder mocht zonder toestemming curatoren regeling treffen


Uitgangspunt is dat IFN (gedaagde) op grond van haar algemene voorwaarden - waarvan de toepasselijkheid op de overeenkomst met gefailleerden niet in geschil is - gerechtigd is om met debiteuren van verpande vorderingen tot een regeling te komen. Wel is IFN daarbij op grond van art. 6:248 lid 1 BW verplicht zich in te spannen om een zo hoog mogelijke opbrengst te realiseren en dient een eventuele regeling, beoordeeld naar het tijdstip van totstandkoming, op zakelijke gronden tot stand te komen. Aan deze bevoegdheid tot het treffen van minnelijke regelingen als onderdeel van de incasso van verpande vorderingen doet het faillissement van gefailleerden niet af. Evenmin doet aan deze bevoegdheid afbreuk de kennelijk vlak na het uitspreken van het faillissement tussen IFN en de curatoren gemaakte afspraak dan wel door IFN gedane toezegging dat mirus/IFN verantwoording zouden afleggen over de incasso. Wat wel afbreuk doet aan de bevoegdheid tot het treffen van een minnelijke regeling is een schriftelijk verzoek van de curatoren zoals bedoeld in art. 12.3 van de algemene voorwaarden, in welk geval IFN dient te kiezen voor één van de in dat artikel bedoelde mogelijkheden en dus niet meer kan kiezen voor een schikking zonder dat de pandgever - in dit geval de curatoren - hiervoor toestemming geeft. Het gevolg hiervan is dat (mirus in opdracht van) IFN op 12 juni 2008 bevoegd was om met de Nordenia-vennootschappen te trachten tot een minnelijke regeling te komen ter incasso van de verpande vorderingen, met of zonder voorbehoud van goedkeuring van de curatoren, mits die regeling op zakelijke gronden tot stand kwam. gelet op de omstandigheden van het onderhavige geval…

Verder lezen
Terug naar overzicht