Sign. - Pandhouder niet gehouden te stuiten


De curator moet tijdens het faillissement waken over de belangen van de boedel en de schuldeisers, zodat hij de verjaring van vorderingen die tot de debiteurenportefeuille behoren, tijdig moet stuiten. Hij had er rekening mee moeten houden dat de bank bij de incasso van de aan haar verpande vorderingen primair haar eigen belang zou dienen. In ieder geval mocht van de curator worden verwacht dat hij zich door de bank had laten informeren over de omvang en de samenstelling van de debiteurenportefeuille zodat hij, indien noodzakelijk, stuitingshandelingen had kunnen verrichten. Dit klemt te meer nu het voor de curator redelijkerwijze kenbaar had kunnen zijn, dat de bank niet alle vorderingen nodig had om haar eigen vordering te voldoen. Van een redelijk handelend en redelijk geïnformeerd curator mag daarbij worden verwacht dat deze op de hoogte is van de in het vervoersrecht geldende (korte) verjaringstermijnen en dat hij daarmee rekening houdt. De bank mocht er tijdens het faillissement bij de inning van de aan haar verpande vorderingen dan ook van uitgaan dat de curator ten behoeve van de boedel datgene zou doen wat hij als zorgvuldig handelend curator moest doen. De bank mocht erop vertrouwen dat de curator zo nodig ten behoeve van de boedel de verjaring van vorderingen zou voorkomen, ook al had de bank als pandhouder de gehele debiteurenportefeuille onder zich. De bank was in de gegeven omstandigheden dan ook niet gehouden dit te doen en heeft geen zorgplicht jegens de boedel geschonden. De curator heeft er ook niet gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat de bank de verjaring van de verpande vorderingen zou stuiten. De door de curator genoemde omstandigheden zijn daarvoor onvoldoende. Voor zover de…

Verder lezen
Terug naar overzicht