Sign. - Partneralimentatie – vaststelling behoefte


M stelt dat hij in 2008 aanzienlijk meer verdiende dan in de voorgaande jaren door een eenmalige vergoeding voor de extra werkzaamheden die hij wegens een inkrimping van de directie als een van de overgebleven directeuren moest verrichten. Naar het oordeel van het hof wijkt het inkomen in 2008 echter niet extreem af van andere jaren. Ook staat niet vast dat sprake was van een – vanuit de werkgever bezien – eenmalige en atypische situatie. Voor de hand ligt immers dat M dezelfde (uitgebreidere) werkzaamheden zou moeten blijven verrichten, met het daarbij behorende hogere salaris, indien hij in dienst was gebleven bij zijn toenmalige werkgever. M heeft echter zelf een einde gemaakt aan zijn carrièrelijn door ontslag te nemen. Ter zitting is gebleken dat hij dat op eigen initiatief heeft gedaan. Weliswaar omdat hij zich door de huwelijksproblemen met V – die bij dezelfde werkgever werkte – emotioneel gedwongen voelde om ontslag te nemen, maar van enige druk van de werkgever is niet gebleken en deze is evenmin gesteld. Gelet op het vorenstaande acht het hof het jegens V niet redelijk om voor het vaststellen van haar behoefte uit te gaan van een gemiddeld netto-inkomen van M, zoals door deze is bepleit.

(Gerechtshof 's-Gravenhage 17 oktober 2012, LJN BY5224)

Terug naar overzicht