Sign. - Pensioenverweer, kinderalimentatie en Zwitserse recht


Op basis van de door partijen verstrekte gegevens omvat de huwelijksgemeenschap een waarde van tientallen miljoenen euro's. V kan na de verdeling van de huwelijksgemeenschap over ten minste de helft van dit vermogen beschikken. Gelet hierop, en mede in aanmerking genomen dat M ter zitting heeft verklaard dat hij bereid is om een levensverzekering af te sluiten als er een risico bestaat dat het nabestaandenpensioen zou komen te vervallen, acht het hof het beroep van V op het zogenaamde pensioenverweer ongegrond. Immers, nu V meer dan voldoende eigen middelen heeft om een pensioenvoorziening te treffen, is voldaan aan de grond in artikel 1:153 lid 2 BW. Aldus komt V een beroep op dit verweer niet toe.
De minderjarigen hebben hun feitelijke verblijfplaats in Zwitserland. Op grond van artikel 4 van het Verdrag inzake de wet die van toepassing is op onderhoudsverplichtingen van 2 oktober 1973, Trb. 1974,86, dient de onderhoudsverplichting jegens de minderjarigen te worden beoordeeld naar Zwitsers recht. Op grond van artikel 276 van het Zivilgesetzbuch zijn beide ouders onderhoudsplichtig. In artikel 285 van het Zivilgesetzbuch is het onderhoudsrecht geregeld ten behoeve van kinderen. Naar Zwitsers recht zijn voor de vaststelling van de hoogte van de alimentatie relevant de behoefte van het kind enerzijds en de draagkracht van de ouders anderzijds. Tot de onderhoudskosten behoren de elementaire levensbehoeften zoals levensmiddelen, kleding, onderdak, medische verzorging en de kosten voor opvoeding, onderwijs en kinderbescherming. Daarnaast worden, afhankelijk van de levensstandaard en de draagkracht van de ouders, ook kosten ten behoeve van een goede geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van het kind meegerekend. De behoefte van het…

Terug naar overzicht