Sign. – Projectbesluit en bouwrijp maken (ABRvS 29 december 2010, zaaknummer 200910038/1/H1)


Bij besluit van 7 juli 2009 heeft verweerder een projectbesluit als bedoeld in artikel 1.1, lid 1 aanhef en onder f Wet ruimtelijke ordening genomen. Het projectbesluit betreft de voorbereidende werkzaamheden voor het realiseren van omstreeks 200 woningen. Het hiertegen ingestelde beroep is ongegrond verklaard. In de eerste aanleg heeft de voorzieningenrechter overwogen dat geen grond bestaat voor het oordeel dat op voorhand buiten twijfel is dat woningbouw niet op enigerlei vorm in het projectgebied kan worden verwezenlijkt. Appellanten hebben betoogd dat hiermee een verkeerde toetsingsmaatstaf is aangelegd.

De Afdeling overweegt dat de betreffende toetsingsmaatstaf werd gehanteerd bij de beoordeling van een vrijstelling ex artikel 19, lid 1 Wet op de Ruimtelijke Ordening. De voorzieningenrechter heeft in de geschiedenis van de totstandkoming van de Wro terecht geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat het projectbesluit wat betreft toepassingsbereik en rechtsgevolgen verschilt van de vrijstelling als bedoeld in artikel 19 WRO. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 1 september 2010, zaaknummer 201004647/1/H1) kan de bevoegdheid om een projectbesluit te nemen, gelet op artikel 3.10, lid 1 gelezen in verbinding met artikel 1.1, lid 1 aanhef en onder f Wro, slechts worden aangewend voor het verwezenlijken van een project.

De Afdeling heeft in die uitspraak, onder verwijzing naar de geschiedenis van de totstandkoming van de Wro, eveneens overwogen dat het rechtskarakter van een projectbesluit in het stelsel van de Wro moet worden onderscheiden van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, lid 1 Wro. Het projectbesluit heeft alleen tot gevolg dat voor het desbetreffende project het geldende bestemmingsplan opzij wordt gezet. …

Verder lezen
Terug naar overzicht