Sign. - Prospectusplicht en executoriale verkoop


Het gaat in cassatie om de vraag of ten aanzien van de door de rechtbank ex art. 474g Rv bepaalde verkoop en overdracht van de in beslag genomen certificaten van aandelen in Global Hail Group BV de in art. 5:2 Wft omschreven prospectusplicht van toepassing is en om de vraag of de bepaalde verkoop met voldoende waarborgen is omkleed. Art. 5:2 Wft vormt de implemen tatie van art. 3 lid 1 van de Prospectusrichtlijn (2003/71/EG). Art. 5:2 Wft moet dus worden uitgelegd in het licht van de bewoordingen van het doel van deze richtlijn. Daarbij moet aandacht worden geschonken aan de herziene Prospectusrichtlijn (2010/73/EU). Afgaande op de bewoordingen van de (herziene) Prospectusrichtlijn, zou in beginsel ook een executoriale verkoop van effecten onder de prospectusplicht vallen. De door de rechtbank in het onderhavige geval bevolen wijze van executie (door middel van openbare verkoop door een deurwaarder via een advertentie in twee landelijke dagbladen, waarbij gegadigden schriftelijk kunnen bieden en de effecten aan de hoogste bieder worden verkocht) lijkt immers een "aanbieding van effecten aan het publiek" te zijn (art. 2 lid 1 punt d Prospectusrichtlijn). Bij de totstandkoming van de richtlijn is echter geen kenbare aandacht geschonken aan de situatie van een executoriale verkoop van effecten, die lijkt af te wijken van de situatie waarvoor de richtlijn blijkens haar considerans is bedoeld. De Hoge Raad verzoekt het HvjEU uitspraak te doen met betrekking tot de volgende vragen: 1. Dient art. 3 lid 1 Prospectusrichtlijn aldus te worden uitgelegd dat de daarin opgenomen prospectusplicht in…

Verder lezen
Terug naar overzicht