Sign. - Provisie en mededelingsplicht


Vraag is of Tomorrow Pensioenconsultants BV een jegens appellanten (ImC) bestaande mededelingsverplichting heeft geschonden. Voorafgaand aan de totstandkoming van de opdrachtovereenkomst heeft PWC in opdracht van ImC vragen gesteld die erop gericht waren dat Tomorrow een volledig beeld van de omvang van de provisie zou geven. Tomorrow moet hebben begrepen dat deze vragen daarop gericht waren. Zij heeft dat volledige beeld echter niet gegeven. Tomorrow heeft zich jegens ImC verplicht als tussenpersoon werkzaam te zijn bij het tot stand brengen van overeenkomsten tussen ImC en een derde, Achmea. Ingevolge art. 7:427 BW is dan art. 7:418 BW van overeenkomstige toepassing op die opdrachtovereenkomst. Op grond daarvan was Tomorrow verplicht ImC ervan in kennis te stellen welk belang zij had bij de totstandkoming van de uitvoeringsovereenkomsten. Tot dit belang behoort onmiskenbaar ook het recht op de extravergoeding. Tomorrow behoorde ImC derhalve ook over bestaan en omvang van de extravergoeding te informeren, reeds in het stadium van de onderhandelingen voorafgaand aan de totstandkoming van de opdrachtovereenkomst, maar ook daarna. Aangenomen moet dan ook worden dat de bodemrechter zal oordelen dat de opdrachtovereenkomst tot stand is gekomen onder invloed van dwaling. Door de vernietiging in de brief van 25 mei 2011 is de opdrachtovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig vernietigd, met als belangrijk gevolg dat Tomorrow geen nakoming van die overeenkomst meer kon en kan vorderen.
(Hof Amsterdam 1 mei 2012, LJN BW4825, «JOR» 2012/221, m.nt. mr. F.P.C. Strijbos)

Verder lezen
Terug naar overzicht