Sign. - Recht erfverpachter gaat voor recht hypotheekhouder


Blijkens de koopovereenkomst is aan De Lange c.s. verkocht het recht van ondererfpacht op de woning op basis van de Beter- Koopregeling. In de in de vestigingsakte opgenomen Algemene (onder)erfpachtvoorwaarden is geregeld dat De Lange c.s. bij vervreemding eerst de woning aan gedaagde moet aanbieden. Indien gedaagde daar geen gebruik van maakt, dan vervalt het terugkooprecht van gedaagde en kan De Lange c.s. vervreemden "mits gedaagde zijn toestemming heeft verleend voor de vervreemding". Voorts is afgesproken dat gedaagde haar toestemming zal verlenen onder de opschortende voorwaarde dat de ondererfpachter kan aantonen dat hij in staat is het verschuldigde afrekenbedrag te voldoen en wel per het tijdstip van vervreemding. Eiseres stelt dat dit beding haar niet regardeert omdat zij recht van eerste hypotheek heeft op de onroerende zaak en daarmee op de koopsom tot het bedrag van haar vordering; als preferent schuldeiser dient zij voor te gaan. Vastgesteld moet worden of het beding alleen obligatoire of ook goederenrechtelijke werking heeft. In het eerste geval gaat het recht van eiseres vóór, in het andere geval dat van gedaagde. Op grond van art. 3:83 lid 1 BW is het recht van erfpacht in beginsel overdraagbaar. Daarop is een uitzondering opgenomen in art. 5:91 lid 1 BW: in de akte van vestiging kan worden bepaald "dat de erfpacht niet zonder toestemming van de eigenaar kan worden overgedragen" en dat de vervreemdingsbeperking niet werkt tegen executerende schuldeisers. Art. 5:91 lid 4 BW heeft vervolgens de bedoeling het absolute karakter van een beding te temperen door te bepalen dat de eigenaar zijn vereiste…

Verder lezen
Terug naar overzicht