Sign. - Recht op prestatie vervallen bij faillissement?


De kern van het standpunt van de curatoren is dat door het beding het faillissement van Megapool tot gevolg heeft dat X niet langer de uitloopprovisie is verschuldigd, terwijl het hier een doorlopende afdrachtverplichting van X betreft, waarvoor Megapool de tegenprestatie al heeft verricht (het aanbrengen van een consument die een krediet overeenkomst aangaat). Door het beding wordt de boedel derhalve, enkel als gevolg van het uitspreken van het faillissement, actief onthouden wat Megapool toekwam, zulks ten koste van de schuldeisers die daardoor onevenredig worden benadeeld. Indien het beding zo moet worden begrepen als de curatoren betogen, kan het een onaanvaardbare inbreuk opleveren op art. 20 Fw. Dat beding doet dan immers het recht op een prestatie vervallen enkel en alleen vanwege het in staat van faillissement raken van de schuldeiser of een daarop gebaseerde opzegging, met als gevolg dat de wederpartij die de tegenprestatie daarvoor al heeft ontvangen, zijn eigen prestatie niet meer behoeft te verrichten. Een dergelijk beding kan nietig zijn of een beroep op zo'n beding kan in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. X heeft bestreden dat het beding zo moet worden begrepen als de curatoren betogen. Het wegvallen van de uitloopprovisie zou redelijk zijn omdat deze mede de tegenprestatie vormde voor de bemiddelende en administratieve rol die Megapool speelde bij het sluiten van nieuwe kredietovereenkomsten. Door het wegvallen van die rol als gevolg van het faillissement lijdt X aanmerkelijke schade. Dit is niet alleen het geval omdat geen nieuwe kredietovereenkomsten meer via Megapool tot stand komen, maar ook omdat de investering die zij heeft gedaan in de relatie met Megapool (systemen en opleiding…

Verder lezen
Terug naar overzicht