Sign. - Rechtbank: ‘gemiddelde inboedel’ bestaat niet


Partijen zijn op 4 oktober 1985 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Het huwelijk is geëindigd op 29 oktober 2009. Partijen kunnen het niet eens worden over de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en ook overigens zijn er tussen hen geschillen gerezen over met de met het einde van het huwelijk verband houdende financiële kwesties.
De man stelt dat, nu taxatie van de inboedel praktisch niet mogelijk is en een gemiddelde inboedel € 7.500 waard is, de vrouw uit hoofde van overbedeling € 3.750 aan hem dient te vergoeden. Wat betreft de stelling over de gemiddelde waarde van een inboedel verwijst de man naar de Tremanormen. De rechtbank volgt de man niet in zijn stelling. De verwijzing naar het Tremarapport – waarin staat dat in het kader van de alimentatieberekening in het algemeen rekening kan worden gehouden met een schuld van maximaal € 5.500 indien de alimentatieplichtige moet herinrichten en daarvoor moet lenen – kan niet tot de conclusie leiden dat er een 'gemiddelde inboedel' bestaat en dat die (normaal gesproken) € 7.500 (of € 5.500) waard is.

(Rechtbank Maastricht 30 november 2011, LJN BV1664)

Verder lezen
Terug naar overzicht