Sign. - Rechtbank wijst verzoek omgangsregeling met hond af


In het kader van de echtscheiding verzoekt de man de rechtbank te bepalen dat hij de hond elke vrijdag van 18.00 uur tot zondag 22.00 uur ter beschikking heeft, waarbij de man de hond bij de vrouw ophaalt en daar weer terugbrengt.
De rechtbank overweegt als volgt. De voorlopige voorzieningen die voor de duur van de echtscheidingsprocedure kunnen worden verzocht zijn limitatief opgesomd in artikel 822 Rv. Daarin is omgang met dieren niet geregeld. Evenmin voorziet het artikel in het treffen van een gebruiksregeling met betrekking tot een gemeenschappelijk goed, zoals het verzochte door de man juridisch gekwalificeerd is.
De rechtbank passeert de stelling van de man dat zijn verzoek moet worden beschouwd als gegrond op artikel 822 lid 1 sub b Rv (afgifte van een goed voor dagelijks gebruik). Uit de stellingen van de man blijkt niet dat de hond voor hem een andere functie vervult dan die van gezelschapsdier. Een gezelschapsdier kan – anders dan een bijvoorbeeld een hulpdier of een dier ter uitoefening van beroepsbezigheden – naar het oordeel van de rechtbank niet worden beschouwd als een goed voor dagelijks gebruik als bedoeld in artikel 822 lid 1 sub b Rv. Bovendien gaat het in dat artikelonderdeel om een ordemaatregel die een eenmalige overdracht beoogt te bewerkstelligen van goederen van de ene naar de andere partij, en niet om een gedeelde gebruiksregeling zoals door de man wordt verzocht.

(Rechtbank Zutphen 9?april 2013, LJN BZ9994)

Verder lezen
Terug naar overzicht