Sign. - Rechtskeuze in echtscheidingsconvenant


M en V waren met elkaar gehuwd, uit welk huwelijk de (thans nog minderjarige) dochter D is geboren. De rechtbank heeft in 2009 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. In de echtscheidingsbeschikking is het door partijen overeengekomen echtscheidingsconvenant opgenomen. In dat convenant staat het navolgende: 'Terzake geschillen uit en/of verband houdend met deze overeenkomst kiezen partijen domicilie ter griffie van de rechtbank te Maastricht, welke uitsluitend bevoegd is daaromtrent recht te doen.' M verzoekt het hoofdverblijf van D bij hem te bepalen en de verblijfsregeling met D te wijzigen. Het debat ter zitting spitst zich echter toe op de vraag of V gehouden kan worden aan de in het echtscheidingsconvenant overeengekomen forumkeuze, waarbij het onduidelijk blijft of deze is gestoeld op artikel 8 Rv (rechtsmacht) dan wel artikel 108 Rv (relatieve bevoegdheid bij dagvaardingsprocedures). Het antwoord op deze vraag is nochtans niet relevant. De door partijen overeengekomen forumkeuze laat immers onverlet dat de Nederlandse rechter ambtshalve dient te beoordelen of hem aangaande het geschil tussen partijen rechtsmacht toekomt. Voor de beantwoording van die vraag dient de rechter vooreerst (Europese) verdragen of verordeningen te raadplegen, alvorens hij toekomt aan de bepalingen die daarover zijn opgenomen in Rv. In casu moet dan ook eerst worden bekeken of de Rechtbank Maastricht rechtsmacht heeft op grond van Brussel II-bis. Uit artikel 8 Brussel II-bis volgt dat ter zake de ouderlijke verantwoordelijkheid het gerecht bevoegd is op grond waarvan het kind zijn gewone verblijfplaats heeft, maar dat er ook een uitzondering mogelijk is op grond van artikel 12 lid 3 Brussel II-bis. Niet alleen dient daarbij sprake te zijn…

Terug naar overzicht