Sign. - Rechtsmacht Peeters/Gatzen-vordering


E en faillissementscurator is bevoegd in geval van benadeling van schuldeisers door de gefailleerde voor de belangen van de gezamenlijke schuldeisers op te komen, waarbij ook plaats kan zijn voor het geldend maken van een vordering tot schadevergoeding tegen een derde die bij die benadeling betrokken was (ook al kwam een dergelijke vordering aanvankelijk niet aan de gefailleerde zelf toe) (HR 14 januari 1983, NJ 1983, 597). De opbrengst van een zodanige door de curator in het belang van de gezamenlijke schuldeisers geldend gemaakte vordering valt in de boedel en komt daardoor de gezamenlijke schuldeisers ten goede in de vorm van een toename van het overeenkomstig de uitdelingslijst te verdelen boedelactief. Zijn bevoegdheid tot het geldend maken van dergelijke vorderingen ontleent de curator aan de hem in art. 68 fw gegeven opdracht tot beheer en vereffening van de failliete boedel. Nu de door de curator ingestelde vordering dus rechtstreeks voortvloeit uit de faillissementsprocedures, is sprake van de uitzondering als bedoeld in art. 1 lid 2 onder b EEX-Vo, waardoor deze verordening in casu niet van toepassing is. Op grond van het bepaalde in art. 3 en 25 IVO alsmede op grond van art. 6 onder e Rv heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht.

(Rb. Maastricht 1 augustus 2012, «JOR» 2013/215)

Verder lezen
Terug naar overzicht