Sign. - Rechtsuitoefening in de zin van art. 58 lid 1 Fw: wat moet de separatist allemaal binnen de termijn doen?


De schrijvers bespreken de vraag wat de panden hypotheekhouder allemaal binnen de hem ex art. 58 lid 1 Fw gestelde – en eventueel op diens verzoek door de rechtercommissaris verlengde – termijn moet doen om zijn riante positie in het faillissement te behouden. moet hij alle aan zijn zekerheidsrecht verbonden bevoegdheden uitoefenen? Of is bijvoorbeeld afdoende dat het onderpand binnen de termijn wordt verkocht en dat de levering en het verhaal op de opbrengst op een later moment na de verstreken termijn plaatsvinden? De schrijvers gaan uit van de situatie dat het onderpand executoriaal wordt verkocht. De situatie dat een openbaar pandrecht op een vordering wordt geëxecuteerd door inning laten zij buiten beschouwing, nu genoemde problematiek daar in beginsel niet speelt. De schrijvers komen tot het oordeel dat afdoende is dat het onderpand binnen de termijn wordt verkocht. (TvI 2013, 10, mr. T.T. van Zanten en mr. F.J.L. Kaptein)

Verder lezen
Terug naar overzicht