Sign. - Redelijke termijn


Het is de taak van de rechter-commissaris om het beleid van de curator in volle omvang te toetsen (HR 10 mei 1985, NJ 1985, 793). Hieronder valt ook de vraag of een redelijke termijn is gesteld in het kader van art. 58 lid 1 Fw. De rechter-commissaris heeft derhalve de bank terecht ontvankelijk geacht in haar verzoek ex art. 69 Fw, waarbij in aanmerking wordt genomen dat de beslissing van de rechter-commissaris impliceert dat door de curator alsnog een redelijke termijn zal worden gesteld en in zoverre dus het beheer van de boedel betreft. De bank heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het feitelijk onmogelijk is om binnen één maand tot openbare verkoop over te gaan, gelet op de handelingen die verricht moeten worden voor een dergelijke verkoop door de veilingnotaris, zoals het laten uitbrengen van de vereiste exploten en het opstellen en publiceren van een advertentie, in verband waarmee een wettelijke publicatietermijn van 30 dagen geldt. Dit is ook niet weersproken door de curator. Gelet op het tijdsverloop kan voorts niet gezegd worden dat de bank nodeloos heeft stilgezeten bij de uitoefening van haar rechten als separatist. Uit de gevoerde correspondentie valt af te leiden dat sprake was van uitgebreid overleg tussen de curator en de bank, waarbij de curator, zonder inhoudelijk op de stellingen en bezwaren van de bank te reageren en terwijl de bank er van mocht uitgaan dat het overleg nog gaande was, plotseling is overgegaan tot het stellen van een termijn van één maand. Ook daarna is de curator niet inhoudelijk ingegaan op de bezwaren van de bank. De rechter-commissaris heeft derhalve terecht…

Verder lezen
Terug naar overzicht