Sign. - Redelijke termijnstelling


De bank had op 11 augustus 2012 nog steeds geen veilingdocumentatie of een rapport van het bodemonderzoek gereed, zonder welk rapport naar haar eigen zeggen de onroerende zaak onverkoopbaar was. Zij heeft geen specifieke feiten en omstandigheden gesteld dat het onmogelijk was om in de periode vanaf de datum van de surseance of het faillissement in mei respectievelijk juni 2012 tot 11 augustus 2012 zelf voor die documentatie en dat rapport te zorgen. Zij heeft derhalve niet voortvarend genoeg alles in het werk gesteld om de onroerende zaak zo snel mogelijk tegen een goede prijs te verkopen. Dit wrong rond 11 augustus 2012, omdat de interesse van Van Dantzig toen nog concreet was. Het getalm van de bank en de vrees van de curator dat daardoor Van Dantzig zou afhaken, noodzaakte het ingrijpen van de curator. De termijnstelling van zes weken was redelijk. Van misbruik van recht door de curator is dan ook geen sprake. De bank had vanaf de surseance en het faillissement tot 24 september 2012 de gelegenheid om te zorgen voor relevante, ook door Van Dantzig gewenste informatie over eventuele bodemverontreiniging en tevens voor een (begin van) onderhandse verkoop binnen de gestelde termijn. Indien de onderhandelingen met Van Dantzig niet tot bevredigend resultaat hadden geleid, dan was een executoriale verkoop, althans een begin van uitvoering daarvan, binnen de gestelde termijn ook nog mogelijk geweest. In ieder geval was de termijn voldoende voor de bank om de mogelijkheid van een executoriale verkoop te onderzoeken en een begin te maken met het uitoefenen van haar rechten als separatist. De termijnstelling heeft ervoor gezorgd dat de bank het onroerend goed heeft laten taxeren en een bodemonderzoek…

Verder lezen
Terug naar overzicht