Sign. - Regeling inzake kosten van de huishouding bleef gelden na verbreking samenleving


Het huwelijk van M en V is in juli 2010 door echtscheiding ontbonden. Naar aanleiding hiervan twisten M en V onder meer over de verrekening van de kosten van de huishouding over de periode van 1 januari 2009 tot 1 juli 2010.
Volgens de huwelijkse voorwaarden worden deze kosten door M en V gedragen naar evenredigheid van ieders inkomen. M stelt dat geen verrekening hoeft plaats te vinden over de periode na 15 december 2009, omdat M toen de echtelijke woning heeft verlaten en er geen sprake meer was van een gemeenschappelijke huishouding. Het hof verwerpt het betoog van M. Volgens het hof geldt de regeling van artikel 1:84 BW (de draag- en fourneerplicht van echtgenoten voor de kosten van de huishouding) ook als echtgenoten, zoals in dit geval, tijdens hun huwelijk in onderling overleg hun samenleving hebben verbroken.
Overigens neemt het hof bij het bepalen van het inkomen van V in verband met haar bijdrageplicht in de kosten van de huishouding een rendement van 2,8% (4% minus 1,2%) over haar vermogen in aanmerking.

(Gerechtshof 's-Hertogenbosch 18 december 2012, LJN BY6845)

Terug naar overzicht