Sign. - Registratie pandlijst gecedeerde vorderingen


De bank heeft aan onder andere de failliet krediet verleend op basis van verschillende financieringsovereenkomsten. Als zekerheid zijn ten behoeve van de bank pandrechten gevestigd, onder andere op (toekomstige) vorderingen van de failliet op derden. Op 4 maart 2008 heeft de bank de financieringsovereenkomsten opgezegd en op 7 maart 2008 haar vorderingen verkocht en geleverd aan (de rechtsvoorganger van) appellante. Tussen 7 maart 2008 en 19 maart 2008 hebben debiteuren van de failliet een totaalbedrag van € 44.815,83 voldaan op haar rekening bij de bank. Na datum faillissement (19 maart 2008), hebben debiteuren nog een totaalbedrag van € 35.871,60 voldaan op diezelfde rekening. Voor verpanding van toekomstige vorderingen is voldoende dat de pandakte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vorderingen het gaat. In dit geval hebben de bank en failliet een stampandakte opgemaakt op 18 juni 2007. In die akte is een catch all-bepaling opgenomen. Voorts heeft de bank in maart 2008 twee pandlijsten ter registratie aangeboden, de laatste op 11 maart 2008. De op deze pandlijst opgenomen vorderingen zijn rechtsgeldig per 11 maart 2008 verpand. Dat de bank - die op dat moment geen pandhouder meer was - als pandhouder staat vermeld en de lijst heeft aangeboden, doet aan de rechtsgeldigheid van de registratie niet af. De te registreren akte behoeft slechts de gegevens van ten minste één van de bij de akte optredende partijen te vermelden (art. 5 Registratiewet 1970 jo. art. 4c, 8 lid 4, 12 jo. 11 lid 1 sub e Uitvoeringsbeschikking Registratiewet…

Verder lezen
Terug naar overzicht