Sign. - In rekening brengen bemiddelingskosten


Vonnis 2 maart 2011: De primaire grondslag van de vordering jegens bestuurder Rauwerda van Rauwerda Hypotheken is onrechtmatig handelen. De contractuele wederpartij van Beugelink is Rauwerda Hypotheken en het handelen van Rauwerda in de relatie tot Beugelink moet in beginsel aan Rauwerda Hypotheken worden toegerekend. Rauwerda kan als bestuurder jegens Beugelink persoonlijk aansprakelijk zijn op grond van art. 6:162 BW wegens een specifiek jegens hem gepleegde onrechtmatige daad. Maatstaf voor deze aansprakelijkheid is of de bestuurder ter zake een persoonlijk en voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. De rechtbank geeft in dit verband een bewijsopdracht. Vonnis 21 november 2012: Rauwerda Hypotheken is ten behoeve van Beugelink opgetreden als bemiddelaar in krediet, zodat het op grond van art. 4:74 Wft verboden was een beloning of vergoeding te bedingen van, te aanvaarden van, of in rekening te brengen aan Beugelink. In het Bgfo Wft, zoals dit van toepassing was in de hier toepasselijke periode, zijn hierop (in art. 152) uitzonderingen geformuleerd. Het onderhavige geval valt daar niet onder. Op grond van art. 4:74 lid 4 Wft is een rechtshandeling in strijd met voornoemd verbod vernietigbaar. Door in strijd met de Wft een vergoeding in rekening te brengen aan Beugelink heeft (ook) Rauwerda persoonlijk onrechtmatig gehandeld. Voor zover aangenomen moet worden dat Beugelink vooraf adequaat op de hoogte is gesteld van de in rekening te brengen bemiddelingskosten, heeft volgens de verklaringen van zowel Rauwerda als Van den Broek (een werknemer van Rauwerda Hypotheken) Rauwerda dat gedaan, althans heeft Van den Broek dat gedaan in aanwezigheid van Rauwerda. Het is (in dit…

Verder lezen
Terug naar overzicht