Sign. - Relevante blootstelling aan asbest?


Werknemer is van 1 juni 1977 tot 27 januari 1978 als meewerkend voorman werkzaam geweest bij ex-werkgever (Bouwbedrijf). In 2001 is werknemer definitief arbeidsongeschikt geraakt. In 2006 is bij hem de diagnose maligne mesothelioom, zijnde long- en/of buikvlieskanker, gesteld. Werknemer heeft in datzelfde jaar zijn ex-werkgever aansprakelijk gesteld en een vergoeding voor zijn geleden en nog te lijden schade gevorderd ten gevolge van de bij hem vastgestelde ziekte. Werknemer is in 2007 overleden. De echtgenote van werknemer heeft als nabestaande en erfgename van werknemer ex art. 7:658 BW de ex-werkgever aansprakelijk gesteld, waarbij zij om veroordeling van de ex-werkgever tot immateriële en materiële schadevergoeding heeft verzocht. De kantonrechter heeft de vorderingen van de echtgenote afgewezen, omdat niet in rechte is gebleken dat de werknemer is blootgesteld aan asbest(deeltjes). Vervolgens heeft de echtgenote tegen het vonnis van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Het hof heeft het op grond van een getuigenverklaring bewezen geacht dat de werknemer wel is blootgesteld aan asbest. Vervolgens dient volgens het hof nog de vraag te worden beantwoord of sprake is van een relevante blootstelling aan asbest, in die zin dat deze blootstelling het aannemelijke gevolg heeft gehad dat de werknemer asbestvezels heeft ingeademd. Teneinde voorgaande vraag te beantwoorden, heeft het hof het raadplegen van een deskundige noodzakelijk geacht en heeft het hof partijen de mogelijkheid geboden zich bij akte uit te laten over aantal, deskundigheid en ndash bij voorkeur eensluidend ndash over de persoon van de te benoemen deskundigen(n).

(Gerechtshof 's-Hertogenbosch 22 maart 2011, LJN BP8866)

(Gerechtshof…

Verder lezen
Terug naar overzicht