Sign. - Schorsende werking (ABRvS 29 maart 2017, zaaknummer 201508668/1/A2)


Bij besluit van 28 maart 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aan appellant toegekende huur- en zorgtoeslag over het berekeningsjaar 2012 definitief op nihil vastgesteld. Bij besluit van 30 augustus 2014 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door appellant daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 oktober 2015 heeft de rechtbank het door appellant daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij brieven van 23 februari 2017 heeft de Afdeling partijen medegedeeld dat het onderzoek met toepassing van artikel 8:68 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) is heropend. Daarbij is medegedeeld dat de Afdeling voornemens is het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof van Justitie) te verzoeken bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen op de in deze zaak voor te leggen vragen. Aan partijen zijn de vragen in concept voorgelegd. Bij brieven van 14 maart 2017 hebben appellant onderscheidenlijk de Belastingdienst/Toeslagen hierop gereageerd. In deze verwijzingsuitspraak is de vraag aan de orde of Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven (PB 2008 L 348) en Richtlijn 2005/85/EG van de Raad van 1 december 2005 betreffende minimumnormen voor de procedures voor de toekenning of intrekking van de vluchtelingenstatus (PB 2005 L 326), gelezen in samenhang met onder meer artikel 47 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest), zo moeten worden uitgelegd dat het rechtsmiddel van hoger beroep tegen een besluit waarin een…

Verder lezen
Terug naar overzicht