Sign. - Splitsing rechtspersoon niet vernietigbaar ex art. 42 Fw


Art. 19 lid 3 van de Zesde EEg-richtlijn van 17 december 1982 (de richtlijn) is een duidelijke bepaling die geen nadere uitleg behoeft door het stellen van een preju diciële vraag aan het Hof van Justitie. Over de vraag of naar Nederlands recht de pauliana kan worden ingeroepen inzake een splitsing of afsplitsing lopen in de literatuur de standpunten uiteen. De standpunten ten gunste van het niet van toepassing zijn van de pauliana bij splitsing of afsplitsing prevaleren. Voorop staat dat blijkens de MvT bij de invoering van de splitsingsregeling "het in de rede ligt de richtlijn ook voor de regeling van de afsplitsing te volgen". Ook wordt in de MvT overwogen dat, hoewel de richtlijn slechts regels voor splitsing van nv's geeft, de mogelijkheid van splitsing evenzeer van belang kan zijn voor andere rechtsvormen. Ten slotte wordt overwogen dat de procedure die tot splitsing leidt in belangrijke mate overeenstemt met die welke voor de fusie is voorgeschreven, en dat het wetsvoorstel inzake de splitsing voor de splitsingsregeling nauwe aansluiting zoekt bij de fusieregeling in Boek 2 BW. Voor de onderhavige afsplitsing van een bv (geïntimeerde) gelden dus dezelfde regels als voor de splitsing van een nv zoals in de richtlijn aan de orde. Uit de toelichting op art. 2:334u BW blijkt dat de mogelijkheid van vernietiging zeer strikt moet worden uitgelegd. Daarbij wordt in de MvT noch in de overige parlementaire stukken de mogelijkheid van (latere) vernietiging met een beroep op de pauliana genoemd. In de MvT wordt wel aan de faillissementssituatie aandacht besteed, maar alleen voor het geval dat tijdens een faillissement splitsing wordt overwogen…

Verder lezen
Terug naar overzicht