Sign. - Splitsing van rechtspersonen en pauliana


Onderzocht moet worden of failliet en eiseres ten tijde van de splitsing wisten dan wel konden weten dat de splitsing een potentieel benadelend effect had voor één of meer schuldeisers indien failliet op korte termijn failliet zou gaan. Die vraag wordt ontkennend beantwoord. In het kader van TOPsignaleringen TIJDSCHRIFT VOOR DE ONDERNEMINGSRECHTPRAKTIJK nUmmer 8, December 2011 / SDU UitgeverS 305 de splitsing zijn niet alleen de met een recht van hypotheek bezwaarde onroerende zaken van failliet overgegaan op eiseres, maar is tevens een – niet onaanzienlijke – schuld van failliet aan favini NV overgegaan op eiseres. In het kader van de splitsing zijn niet aanstonds schuldeisers van failliet voldaan, die, de splitsing weggedacht, in het kader van het faillissement van failliet met de andere schuldeisers hadden moeten meedelen in het actief. De vordering van de nv werd immers niet voldaan; de nv verkreeg voor haar vordering slechts een andere debiteur. Van een (mogelijke) bevoordeling van (enige) schuldeiser(s) van failliet en daarmee benadeling van de overige schuldeisers was dan ook wat dit onderdeel van de splitsing betreft ten tijde van de splitsing geen sprake. Met betrekking tot de overgang van de onroerende zaken staat vast dat de onroerende zaken ten tijde van de splitsing geen overwaarde vertegenwoordigden, omdat tegenover de in het kader van de splitsing vastgestelde boekwaarde een schuld van nagenoeg dezelfde omvang stond, waarvoor de onroerende zaken van failliet met hypotheek waren bezwaard. Voor schuldeisers van failliet waren de onroerende zaken ten tijde van de splitsing dan ook geen reëel verhaalsobject. Uit het vorenstaande volgt dat niet gezegd kan worden dat ten tijde van het tot stand komen van de splitsing…

Verder lezen
Terug naar overzicht