Sign. - Statutair directeur aansprakelijk op grond van arbeidsverhouding


Traffic Service is niet geslaagd in het bewijs van de schade die zij heeft geleden door het onbehoorlijk bestuur door Van Strien (vastgesteld bij tussenvonnis, Rb. Arnhem 17 februari 2010, «JOR» 2010/149 (Van Strien/Traffic Service)). Wat betreft de maatstaf die de rechtbank heeft aangelegd bij de beoordeling van de vordering van Traffic Service tot terugbetaling van hetgeen naar aanleiding van de declaraties van Van Strien is voldaan heeft de rechtbank volgens Van Strien ten onrechte art. 7:611 BW als maatstaf genomen. De rechtbank zou daarvoor art. 2:9 BW als maatstaf hebben moeten nemen, nu Van Strien zijn onkosten heeft gemaakt en gedeclareerd in zijn hoedanigheid van statutair bestuurder en deze vervolgens zelf, als statutair bestuurder, door ondertekening heeft goedgekeurd. De rechtbank overweegt dat art. 2:9 BW de vervulling van de aan de bestuurder opgedragen taak betreft. Daarbij gaat het om handelen van de statutair directeur in de vervulling van zijn bestuurshandelen. Hoewel het, zo wordt in de literatuur op dit punt ook wel onderkend, lastig is de arbeidsovereenkomst los te koppelen van de rechtspersonenrechtelijke verhouding, dient op dit punt toch onderscheid te worden gemaakt. Immers, niet elk handelen van een statutair directeur betreft bestuurshandelen en niet elk handelen valt daarmee onder de reikwijdte van het rechtspersonenrecht. Het indienen van al dan niet onterechte declaraties van onkosten dient naar het oordeel van de rechtbank niet als zuiver bestuurshandelen te worden gezien. De rechtbank heeft om die reden de grondslag van art. 7:611 BW gehanteerd, nu het de integriteit van de werknemer, tevens bestuurder, betreft. Daarmee…

Verder lezen
Terug naar overzicht