Sign. - Steunvorderingen


In een verzetprocedure tegen een faillietverklaring is het de vraag of een achtergestelde lening als steunvordering kan dienen. Art. 5 van de overeenkomst van geldlening luidt: "The Loan shall be subordinated to all other indebtednesses of the Debtor, whether present or future, whether actual or contingent, in case the Debtor has been (a) dissolved (ontbonden) or (b) has been declared bankrupt (failliet verklaard) or (c) as long as a (provisional) moratorium on its debts has been declared (surseance verleend) or (d) when de Debtor has proposed any settlement to its creditors (schuldeisersakkoord)". Het komt aan op uitleg van deze bepaling. Indien wordt uitgegaan van een taalkundige uitleg, is de achterstelling voorwaardelijk in die zin dat de lening uitsluitend als achtergesteld moet worden beschouwd in de sub a tot en met d genoemde gevallen. Betrokkenen bij de totstandkoming van de bepaling verklaren echter allen dat de bedoeling van partijen is geweest de achterstelling onvoorwaardelijk te doen zijn. Deze verklaringen zijn, in samenhang beschouwd, bij een summier onderzoek onvoldoende overtuigend. Hierbij is van belang dat de betrokkenen een belang hebben bij de door appellanten verdedigde uitleg van de bepaling. Verklaringen of correspondentie van de zijde van de bank zijn niet overgelegd. Daarom is er onvoldoende aanleiding om tot een andere uitleg van de bepaling te komen dan overeenkomt met de taalkundige uitleg. De achterstelling van de leningen moet daarom als voorwaardelijk worden beschouwd. De enkele omstandigheid dat de schuldeisers van de geldleningen hun vorderingen niet ter verificatie bij de curator hebben ingediend, maakt niet dat de geldleningen niet kunnen bijdragen…

Verder lezen
Terug naar overzicht