Sign. - Stiefouderadoptie


De moeder en haar partner stellen dat de minderjarige niets meer van zijn biologische vader te verwachten heeft. Zij betogen dat hij zich nooit als ouder heeft gedragen en dat hij nooit enige verantwoordelijkheid voor de minderjarige heeft genomen. De vader en de minderjarige hebben ook nimmer met elkaar in gezinsverband samengeleefd. Volgens de moeder en haar partner is de adoptie in het belang van de minderjarige, temeer ook omdat hij zelf niets liever wil dan dat de partner zijn juridische vader wordt. De biologische vader verzet zich.
Naar het oordeel van het hof staat vast dat aan de voorwaarde van artikel 1:227 lid 2 BW is voldaan. De moeder en de vader hebben een korte periode in gezinsverband samengeleefd. Daarvan is sprake geweest tijdens de zwangerschap van de moeder en enige maanden na de geboorte van de minderjarige. De vader en de moeder zijn al vrij snel, ieder op eigen gronden, tot de vaststelling gekomen dat zij niet duurzaam in gezinsverband met elkaar konden samenleven. Al met al heeft de samenleving volgens de moeder twaalf maanden, volgens de vader zeventien maanden geduurd. Vaststaat dat er vervolgens gedurende een belangrijk deel van het leven van de minderjarige omgang tussen de vader en de minderjarige is geweest. De omgangregeling vond niet frequent plaats, was ongestructureerd en vertoonde geen duurzaam karakter, met name op grond van het feit dat de vader regelmatig niet in staat was tot omgang vanwege detentie. Omgang heeft voor het laatst plaatsgevonden in 2008/2009. 
De vader heeft gesteld dat hij zijn levenswijze heeft herzien en dat de omstandigheden rondom hem zijn gewijzigd. Zo heeft hij een vaste partner en…

Terug naar overzicht