Sign. - Stil pandrecht op inventaris


Bij de beantwoording van de vraag of een pandrecht is gevestigd voor de (gestelde) vordering van appellant uit de seizoensfinancieringsovereenkomst (sfo), hebben partijen gedebatteerd over de akte van 13 oktober 2005 en andere relevante stukken. De vraag die moet worden beoordeeld is of appellant redelijkerwijs heeft mogen aannemen dat land van Ooit hem een pandrecht wilde geven ter securering van zijn vorderingen uit hoofde van de sfo. Uit de akte van 13 oktober 2005 blijkt onmiskenbaar dat Triodos, appellant en land van Ooit hebben beoogd dat appellant door middel van contractsoverneming in de plaats van Triodos zou treden in de rechtsverhoudingen tussen Triodos en land van Ooit, die in de akte zijn omschreven. Er is dan ook sprake van contractsoverneming. Bij de vaststelling van de betekenis van de akte van 13 oktober 2005 - derhalve de beantwoording van de vraag wat appellant daarbij redelijkerwijs heeft mogen verwachten - worden de volgende feiten en omstandigheden in aanmerking genomen. Bij de akte van 22 januari 2002 heeft land van Ooit pandrechten aan Triodos verleend voor alle bestaande of toekomstige schulden uit welken hoofde ook. Appellant is bij de akte van 13 oktober 2005 in de gehele rechtspositie van Triodos getreden. Zij heeft de vorderingen van Triodos op land van Ooit verkregen met alle pandrechten. Appellant had twee weken eerder, op 29 september 2005, met land van Ooit afgesproken dat zekerheidsrechten, op welk moment ook aan appellant verstrekt, dienen tot zekerheid voor zijn vordering uit de seizoensfinanciering. De akte van 29 september 2005 is onderhands opgemaakt en niet geregistreerd (zodat niet is voldaan aan de door de wet gestelde eisen voor een stille verpanding). Deze akte mag…

Verder lezen
Terug naar overzicht