Sign. - Strafrechtelijke veroordeling wegens het onttrekken van de minderjarige aan het wettelijk gezag


Uit het huwelijk tussen M en V zijn drie, thans nog minderjarige kinderen geboren. V dient eind 2006 een verzoek tot echtscheiding in. Partijen leven op dat moment feitelijk gescheiden. De kinderen verblijven bij V. Op 3 december 2006 haalt M de kinderen op. Hij vertelt V dat hij met de kinderen een sinterklaasfeest en de kerk zal bezoeken en dat hij hen die avond weer zal terugbrengen. In plaats daarvan neemt M de kinderen mee naar Frankrijk. Daar aangekomen gebiedt hij V haar politie-aangiften tegen hem in te trekken, de echtscheidingsprocedure stop te zetten, naar hem toe te komen en hem geld te geven. Doet zij dit niet, dan zal hij zichzelf en de kinderen om het leven brengen, aldus M. De kinderen houdt M intussen gevangen in zijn afgesloten auto. Hun telefoons heeft hij afgenomen en hij bedreigt de kinderen met een Stanleymes. M wordt onttrekking van de minderjarigen aan het wettig gezag (artikel 279 Sr) ten last gelegd.
Volgens M was er van 'onttrekken aan het wettelijk gezag' geen sprake, aangezien (1) hij ten tijde van de feiten nog met V gehuwd was, (2) hij derhalve, op grond van artikel 1:251 lid 1 BW, samen met haar het wettelijk gezag over de kinderen had en (3) er nog geen bij rechterlijke beslissing vastgestelde (voorlopige) omgangsregeling was.
De rechtbank verwerpt dit verweer. Onder verwijzing naar Hof Amsterdam 21 november 2007 (ECLI:NL:GHAMS:2007:BD0207) stelt de rechtbank vast dat ook in onderhavig geval het uitgangspunt van de wet…

Terug naar overzicht