Sign. - Stuklopen relatie is geen dwalingsgrond bij het erkennen van een kind


M en V hebben van 2007 tot 2009 een affectieve relatie gehad. In 2007 heeft M het uit een vorige relatie van V geboren kind (X) erkend. Bij die gelegenheid is voor de geslachtsnaam van M gekozen. V is van rechtswege belast met het gezag over X. M verzoekt de rechtbank, op grond van artikel 1:205 lid 1 sub b BW, zijn erkenning van X te vernietigen.
M stelt dat hij niet de biologische vader is van X en dat hij door dwaling tot erkenning is bewogen, omdat V hem de hoop en verwachting had gegeven dat partijen, samen met X en het kind waarvan V toen zwanger was, een gezin zouden opbouwen. Echter, partijen zijn op 6 juni 2009 definitief uit elkaar gegaan, zodat de toekomstverwachting waardoor M tot de erkenning van X is bewogen, niet is uitgekomen.
M stelt voorts dat hij het echte inzicht dat de relatie definitief ten einde was gekomen pas veel later heeft gekregen, waarna hij op 14 februari 2011 zijn bij de rechtbank aanhangige verzoeken met betrekking tot het gezag over en de omgang met X heeft ingetrokken. Bovendien heeft M, zo stelt hij, zich niet gerealiseerd wat de juridische gevolgen van de erkenning zijn. Daarbij komt, aldus M, dat X er geen belang bij heeft dat de erkenning in stand blijft, in juridische, noch in feitelijke zin, aangezien hij geen vaderrol voor X vervult.
Tussen partijen is niet in geschil dat M niet de biologische vader van X is. Toen partijen elkaar voor het eerst ontmoetten, was X al geboren. Gelet hierop is bij…

Terug naar overzicht