Sign. - Tegenstrijdig belang


Van Welie c.s. klaagt dat het hof niet (kenbaar) tot maatstaf heeft genomen of Van Welie (bestuurder van M.E. Beheer BV) wel te maken had met zodanig onverenigbare belangen dat in redelijkheid kan worden betwijfeld of hij zich bij zijn handelen uitsluitend heeft laten leiden door de belangen van de vennootschap. Bij de beoordeling van dit onderdeel herhaalt de HR passages uit Bruil/Kombex (HR 29 juni 2007, «JOR» 2007/169). Het hof heeft in casu geoordeeld dat een tegenstrijdig belang aanwezig was. Dat oordeel heeft het hof in het bijzonder daarop doen berusten dat Van Welie, wiens feitelijke positie als leidinggevende binnen de organisatie van M.E. Beheer zeer wankel was geworden, een groot persoonlijk belang erbij had om een deel van de activiteiten van de door M.E. Beheer gedreven onderneming op korte termijn buiten de organisatie van M.E. Beheer en buiten de invloedssfeer van de erven te brengen, en dat daarbij in het midden kan blijven of een dringende noodzaak bestond tot verkoop van de aandelen iJsselinvest omdat, ook als die noodzaak bestond, voor Van Welie toch een groot persoonlijk belang ermee gemoeid was dat die verkoop zou slagen. Dit oordeel van het hof geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting, ofwel is niet begrijpelijk gemotiveerd. Het eerste is het geval indien het hof bij zijn oordeel heeft miskend dat het de vraag had moeten beantwoorden of Van Welie door de aanwezigheid van een persoonlijk belang niet in staat moest worden geacht het belang van de vennootschap en de daaraan verbonden onderneming te bewaken op een wijze die van een…

Verder lezen
Terug naar overzicht