Sign. - Tenuitvoerlegging is uitgangspunt


Verzoekster is als eerste en (vooralsnog) enige executoriale beslaglegger ook bevoegd tot executie over te gaan. De door Emons gelegde conservatoire derdenbeslagen staan er slechts aan in de weg dat verweerders tot "vrijwillige" betaling overgaan van hetgeen zij op grond van het vonnis van 12 mei 2010 aan verzoekster zijn verschuldigd. Ook de belangen van verweerders staan aan de executie niet in de weg. Het uitgangspunt is dat het voor degene die beschikt over een executoriale titel ook daadwerkelijk mogelijk moet zijn om het vonnis ten uitvoer te leggen. De belangen van verzoekster zijn niet voldoende gewaarborgd door het enkele feit dat het (executoriale) beslag op de aandelen gehandhaafd blijft. Dit beslag verhindert niet dat andere schuldeisers van verweerders beslag leggen op de aandelen, zodat het risico bestaat dat verzoekster een eventuele executieopbrengst zal moeten delen. Ook kan het beslag niet tegengaan dat de vennootschappen worden uitgehold doordat schuldeisers verhaal nemen op de activa van de vennootschappen. Verweerders hebben weliswaar met recht betoogd dat andere schuldeisers ook op de executieopbrengst beslag kunnen leggen (tot het tijdstip van het sluiten van de rangregeling, art. 490 Rv), maar dit doet niet af aan het risico van uitholling van de vennootschappen. Het door verweerders in abstracto gestelde restitutierisico vormt op zich geen aanleiding om verzoekster het recht op executie te ontzeggen, terwijl verweerders geen feiten of omstandigheden hebben gesteld op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat een concreet restitutierisico bestaat.

(Rb. Amsterdam 30 juni 2011, LJN BW7964, «JOR» 2013/113, m.nt. mr. G.C. van Daal, tevens behorend bij «JOR» 2013…

Verder lezen
Terug naar overzicht