Sign. - Termijn voor beëindiging partneralimentatie


M en V zijn bijna twintig jaar gehuwd geweest, uit welk huwelijk twee kinderen zijn geboren. In 1999 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. M is op grond van de echtscheidingsbeschikking gehouden maandelijks partneralimentatie te voldoen.
V verzoekt in de onderhavige procedure de termijn gedurende welke M gehouden is partneralimentatie te voldoen te verlengen tot het moment dat zij een AOW-uitkering en haar deel in het ouderdomspensioen van M ontvangt. Zij heeft in dat kader voorgesteld dat de door haar ontvangen AOW-uitkeringen in mindering strekken op de door M verschuldigde alimentatie. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen, waarop V in appel gaat.
V voert als bijzondere omstandigheden aan dat zij nimmer de kans heeft gekregen een eigen carrière uit te bouwen: er was sprake van een klassiek huwelijk en een typisch rollenpatroon, waarbij M haar nimmer de kans heeft gegeven zich te ontplooien. V overlegt voorts een medische rapportage, waaruit moet blijken dat zij beperkt is in haar mogelijkheden om te werken.
M stelt dat V wist dat zij gedurende twaalf jaar alimentatie zou krijgen. M betwist dat V nimmer de kans heeft gekregen zich te ontplooien. Het is haar eigen keuze geweest om niet te gaan werken. Na de scheiding was V pas 44 jaar oud, hoefde zij niet langer voor de kinderen te zorgen, had zijn een opleiding achter de rug en had zij relevante werkervaring. Volgens M heeft zich V onvoldoende ingespannen om werk te vinden.
Het hof oordeelt dat, gelet op de omstandigheden van het geval (V heeft een drankprobleem, heeft in een psychiatrische instelling verbleven en lijdt aan een longaandoening, die zich…

Verder lezen
Terug naar overzicht