Sign. - Territorialiteitsbeginsel en beslag


In zijn arrest van 19 december 2008 («joR» 2009/94) overwoog de Hoge Raad: "Voor zover niet bij een Nederland bindende internationale regeling anders is bepaald, heeft een in een ander land uitgesproken faillissement territoriale werking, niet alleen in die zin dat het daar op het vermogen van de gefailleerde rustende faillissementsbeslag niet mede omvat zijn in Nederland aanwezige baten (...), maar ook in dier voege dat de rechtsgevolgen die door het faillissementsrecht van dat andere land aan een faillissement worden verbonden in Nederland niet kunnen worden ingeroepen voor zover zij ertoe zouden leiden dat onvoldane crediteuren zich niet meer kunnen verhalen op – tijdens of na afloop van het faillissement – in Nederland aanwezige vermogensbestanddelen van de (voormalige) gefailleerde (...)". De Hoge Raad definieerde daarmee (nog eens) het zogeheten territorialiteitsbeginsel. Dat beginsel geldt ook voor "de met faillissement te vergelijken insolventieprocedure" die in de Russische federatie op Yukos oil van toepassing is verklaard. Eiseres in het incident heeft er terecht op gewezen dat onverkorte toepassing van het territorialiteitsbeginsel in dit geval leidt tot het onwenselijke gevolg dat Yukos oil zich tegen de vorderingen van eiseres in de hoofdzaak (Glendale) niet (meer) kan verweren. Daaraan dient echter onder de gegeven omstandigheden te worden voorbijgegaan. De omstandigheid dat Yukos oil naar Russisch recht heeft opgehouden te bestaan, is het onvermijdelijke gevolg van het Russische vonnis van 15 november 2007 (waarin de curator wordt opgedragen dat vonnis te doen inschrijven). Dat vonnis is uitsluitend gebaseerd op de toenmalige stand van zaken in het faillissement van Yukos oil en de inschrijving is in dit verband niets anders dan de min of meer automatische administratieve…

Verder lezen
Terug naar overzicht