Sign. - Thincapregeling niet in strijd met Eurecht en belastingverdragen


Belanghebbende Y BV heeft onder andere schulden aan haar franse moedermaatschappij, haar Portugese dochtermaatschappij en haar Duitse zustermaatschappij. De rente op bovengenoemde schulden komt (gedeeltelijk) niet in aftrek door de zogenoemde thincapregeling van art. 10d Vpb 1969. in geschil is of deze aftrekbeperking in strijd is met primair en/of secundair EU-recht en/of met de 'at arm's length'- en non-discriminatiebepalingen uit de nederlandse belastingverdragen met frankrijk, Portugal en Duitsland. Het beroep op het primair en secundair EU-recht wordt afgedaan onder verwijzing naar respectievelijk Hoge Raad 24 juni 2010, ljn Bn3537 en Hof van justitie EU 21 juni 2011, nr. C-397/09 (Scheuten Solar Technology GmbH). Het tweede cassatiemiddel, strijdigheid met het non-discriminatiebeginsel uit het belastingverdrag tussen nederland en frankrijk, doet de Hoge Raad af onder verwijzing naar de voorafgaande conclusie van A-G Wattel. Tot slot oordeelt de Hoge Raad dat de 'arm's length'-bepalingen uit de nederlandse belastingverdragen met frankrijk, Portugal en Duitsland ertoe strekken de winst te corrigeren indien gelieerde partijen onzakelijke voorwaarden hanteren in onderlinge verhoudingen, terwijl bij toepassing van de thincapregeling de totale financieringsstructuur van een vennootschap wordt beoordeeld. Deze verdragsbepalingen beperken derhalve niet de toepassing van art. 10d Wet Vpb 1969.
(HR 21 september 2012, nr. 10/05268)

Verder lezen
Terug naar overzicht