Sign. - Tijdige opt-out


Inzet van deze procedure is of tijdig namens Harbers een opt-outverklaring als bedoeld in art. 7:908 lid 2 BW is afgelegd. Het middel keert zich tegen het oordeel van het hof dat mr. Rebel bij het uitbrengen van de opt-out verklaring beschikte over een toereikende volmacht van Harbers. Het hof zou het bestaan van die volmacht niet hebben kunnen aannemen op basis van de volmacht die door Harbers aan mr. Van Dijk van leaseproces is verleend. De Hoge Raad overweegt dat de vraag of een volmacht is verleend en, zo ja, met welke inhoud, moet worden beantwoord aan de hand van de maatstaven van de art. 3:33 en 3:35 BW. Het komt daarbij derhalve aan op hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en over en weer uit elkaars gedragingen en verklaringen hebben mogen begrijpen, waarbij in het bijzonder van belang is de verklaring of gedraging waarbij de volmacht is verleend. Het hof is bij de uitleg van de volmacht van deze maatstaven uitgegaan. Het heeft op basis daarvan geoordeeld dat de volmacht, mede gelezen in samenhang met de brief van dezelfde datum – waarin was afgesproken dat alleen met een schikking zou worden ingestemd als Harbers daarvoor uitdrukkelijk toestemming zou hebben gegeven – en tegen de achtergrond van het feit dat de Duisenberg-regeling en de mogelijkheid van een WCAM-procedure al bekend waren, mede de bevoegdheid (en opdracht) meebracht om de opt-outverklaring uit te brengen. Dit oordeel is feitelijk en niet onbegrijpelijk, nu het achterwege laten van die verklaring, zoals het hof aan zijn oordeel ten grondslag legt…

Verder lezen
Terug naar overzicht