Sign. - Toekomstige vorderingen


Failliet Sub Rosa was ten tijde van haar faillietverklaring lid van de Coöperatieve Bloemenveiling flora Holland Ua, die is voortgekomen uit een fusie van de Coöperatieve Bloemenveiling flora Holland Ua (CBF) en de Coöperatieve Bloemenveiling aalsmeer Ua (CBA). Voor de fusie was failliet lid van beide veilingen. De statuten van CBA en CBF bepalen de lidmaatschapsrechten van failliet en flora Holland. failliet heeft aan de bank de vorderingen verpand die zij als lid van de CBA en CBF had of zou verkrijgen uit hoofde van (de saldi van) de ledenlening en de participatiereserve. Dat de verpande aanspraken van failliet hun onmiddellijke grondslag vinden in een rechtsverhouding die bestond toen het faillissement werd uitgesproken (de statuten van de CBF en CBA) is op zichzelf onvoldoende te concluderen dat sprake is van ten tijde van het faillissement bestaande (en dus geen toekomstige) vorderingen, bijvoorbeeld onder een opschortende voorwaarde. Of voor de toepassing van art. 35 lid 2 Fw sprake is van een toekomstige vordering, hangt af van de in de statuten geregelde wijze van aflossing van de ledenlening en betaalbaarstelling van het saldo van de participatiereserve. ledenlening CBF: De aflossing van het jaarlijks bedrag van de inhoudingen is afhankelijk van een tijdsverloop van zeven jaar. In zoverre is sprake van een ten tijde van het faillissement bestaande vordering onder een opschortende tijdsbepaling. Het door de bank jegens de curator ingeroepen pandrecht ziet echter op het gehele saldo van de ledenleningen. Dit vergt een besluit van de algemene ledenvergadering of van het bestuur, al dan niet na beëindiging van het lidmaatschap en is dus afhankelijk van een handeling van failliet en/of het…

Verder lezen
Terug naar overzicht